Een webshop weet het precies. Hoeveel mensen er binnenkwamen, hoelang ze bleven en hoeveel er iets kochten. Elke dag opnieuw, en elke dag wordt er op bijgestuurd. In winkelgebieden hebben we die gewoonte lang niet gehad.
Zonder cijfers is beleid een mening
Bezoekersdata zijn de basis onder elk centrumgesprek. Weet je hoeveel mensen er komen, wanneer ze komen en waar ze blijven hangen, dan kun je kiezen. Weet je dat niet, dan wordt het overleg een uitwisseling van gevoelens. En dan wint degene die het hardst praat.
Het totaal is het saaiste getal
Eén groot jaartotaal zegt bijna niets. Wat je eraan hebt zit in de verschillen: doordeweeks tegenover het weekend, zomer tegenover november, de ochtend tegenover de late middag. Daar zitten je pieken en je dode momenten.
Hetzelfde geldt voor wie er komt. Overdag loopt er ander publiek dan ’s avonds. Weet je dat, dan kun je je evenementen, je marketing en zelfs je winkelaanbod richten op de mensen die er daadwerkelijk zijn. In plaats van op de mensen die je graag zou willen.
Drie cijfers die verder gaan dan drukte
- Verblijfsduur. Hoelang blijven mensen? Komen ze voor één ding en zijn ze weer weg, of blijven ze hangen voor een kop koffie?
- Looproutes. Waar komen ze binnen, welke kant lopen ze op, en welke straat slaan ze steeds over?
- Conversie. Hoeveel bezoeken eindigen ook echt bij een kassa?
Een centrum dat vol staat maar waar niemand iets koopt, redt het op termijn niet. Dat klinkt hard. Het is precies de reden dat deze drie meer zeggen dan het aantal passanten.
Meten zonder iemand te volgen
Er zijn verschillende manieren. Sensoren of discreet geplaatste camera’s tellen nauwkeurig hoeveel mensen het gebied in en uit gaan. Daarnaast zijn er systemen die met anonieme bluetooth- en wifisignalen laten zien hoe mensen lopen en hoelang ze blijven.
Die tweede groep roept bij bewoners nogal eens vragen op, en dat is terecht. Het goede nieuws: er wordt niemand gevolgd. Je ziet stromen, geen personen. Voor beleid is dat genoeg, en het is uit te leggen in de raad.
Je cijfers vertellen ook wat voor centrum je bent
Blijven mensen kort en gaan ze gericht op één winkel af, dan ben je een koopcentrum. Blijven ze lang, met een pauze ertussen, dan ben je een verblijfscentrum. Allebei prima, maar het maakt nogal uit voor je keuzes.
Een koopcentrum heeft baat bij parkeren dat dichtbij is en snel gaat. Een verblijfscentrum bij een plein waar je wílt zitten en bij evenementen die mensen langer vasthouden. Doe je het omgekeerde, dan investeer je in iets wat niet bij je gebied past.
Waar je begint
Je hoeft het centrum niet meteen vol te hangen met sensoren. Begin met één vraag waar je nu geen antwoord op hebt. Blijven mensen langer sinds het plein opnieuw is ingericht? Slaan bezoekers die zijstraat inderdaad over? Meet dat een half jaar. Dan kom je bij het volgende overleg niet met een mening, maar met een lijn.














